Poezija | Priče | Prevodi | Iz Zemlje Lala i Kanala | Ratni dnevnik
  Texten in het Nederlands / Tekstovi na holandskom
 

Ik ben geen mediestrateeg ! 

(Het interview met Arnon Grunberg) 

Reken Arnon Grunberg (1971) maar tot de grootste Nederlandstalige schrijvers van de jongste jaren. De Nederlander die al jaren in New York woont, won al verschillende prijzen met boeken als Blauwe maandagen (1994, zijn debuut), De asielzoeker (2003), De joodse messias (2004), en met zijn tot nu toe grootste succes, roman Tirza (2006). Die laatste is, net als Blauwe maandagen en De asielzoeker, in vele landen vertaald, maar ook  verfilmd en op de toneelplanken succesvol gezet. Met Arnon Grunberg praten wij over zijn werk, mar ook over de media’s, reizen naar afgelegen gebieden, relaties met de Nederlandse collega’s enz.   

Aan het begin: u hebt eens gezegd  dat de meeste interviews nutteloos zijn. Denkt u daar nog steeds zo over en, als ja, waarom? 

De meeste interviews zijn een ritueel. Dezelfde vragen worden eindeloos herhaald en door de schrijver (ik beperk mij even tot schrijvers) op dezelfde manier beantwoord. Voor de schrijver is zo'n interview dus een tikkeltje zinloos. Als de lezer er iets aan heeft, wat ik dus betwijfel, is dat mooi. Overigens ben ik alweer 40. 

Sinds 2007 mijdt u alle literaire activiteiten (boekpresentaties, prijsuitreikingen) in Nederland. Kunt u dat voor onze lezers even uitleggen? 

Ach, een collega wilde tijdens een prijsuitreiking niet naast mij zitten en niet met mij in een ruimte zijn; om dergelijk ongemak te voorkomen maakte ik bekend dat ik literaire activiteiten (prijsuitreikingen, festivals, signeersessies) in Nederland voortaan zou mijden. Verder is een schrijver iemand die schrijft. Alle andere activiteiten zijn vaak hinderlijke afleiding. Zie ook de vraag hierboven. 

Ik heb de indruk dat u nauwkeurig bepaalt hoe u in het nieuws komt (met een geit op een schuit ter promotie van zijn boek De Asielzoeker), hoe u prijzen in ontvangst neemt (de Ako Literatuurprijs per e-mail en andermaal via een satelliettelefoon vanuit een taxi in Bolivia) ), of journalisten ontvangt (in een Koreaans theehuis midtown Manhattan). Moeten wij uw verloving toentertijd met de 79-jarige buurtvrouw zo, in dat context, zien? Hoe bent u zo een grote mediastrateeg geworden? 

Ik ben geen mediastrateeg. Het Koreaanse theehuis is een plek waar ik geregeld kom en bevindt zich bovendien op loopafstand van mijn woning. Toen ik de AKO kreeg voor De asielzoeker was ik in Bolivia, daar kon ik weinig aan doen. Gezien de inhoud van De asielzoeker vond ik vermakelijk om met een geit langs verschillende boekwinkels te trekken. Inmiddels trek ik helemaal niet meer langs boekwinkels. Ik zie ten slotte niet in waarom ik me wel met een vrouw van dertig zou mogen verloven en niet met een vrouw van in de zeventig. 

Als journalist gaat u de laatste tijd van en naar gevaarlijke gebieden: Irak, Afganistan, voormalige Sovjet-Unie landen … Wilt u zo misschien uw grenzen iets beter leren kenen of bent u van nature gewoon nieuwsgierig?  

Ik ben van nature nieuwsgierig. Al die plekken zijn onderdeel van ons wereld als geheel. En dat totale beeld interesseert mij natuurlijk mateloos. Het is totaal anders als jij naar televisiebeelden kijkt of een artikel over Irak ergens op het terrasje leest en als jij daar ter plekke ziet hoe de dingen eigenlijk in elkaar zitten. 

En nu over uw tot nu toe meest succesvolle werk, de roman Tirza. Die is in veel talen vertaald, de verfilming daarvan was vorig jaar de Nederlandse inzending voor de oskar’s, er is een tentoonstelling… Bent u toch een beetje verbaasd met zo’n succes en hoe nauw bent u betrokken geweest bij die producties?  

Ik heb het script gelezen, dat is alles. Verder beschouw ik de verfilming van Tirza als iets wat losstaat van mijn werk, ik ben niet een schrijver die denkt dat een verfilming van zijn boek de kroon op zijn arbeid is. 

Het boek gaat over vaderlijke liefde, verzwijgen, maar vooral over het creëren van een fictieve werkelijkheid waarbinnen een hoofdpersoon kan bestaan, omdat hij de ‘echte werkelijkheid’ niet aankan. Is dat laatste niet een rode draad in uw gehele oeuvre? 

Dat zou kunnen. Ik denk dat de meeste mensen de werkelijkheid leefbaar maken door een eigen werkelijkheid te creëren, of in elk geval pogingen daartoe doen. 

Jürgen Hofmeester probeert dan ook hartgrondig de schijn van een succesvolle burger en vader in staande te houden.  Mogen wij het boek dan ook lezen als kritiek op “het huisje, boompje, beestje” (klein) burgerij?  

Het is Jörgen. Nee, niet per se. Er zijn goede redenen om de (klein)burgerlijkheid lof toe te zwaaien, wat niet betekent dat mensen die anders leven afkeuring verdienen of per definitie een gevaar zouden zijn voor de maatschappij.   

Jürgen valt op jonge meisjes. Ook de laatste episode in Afrika lijkt erop te wijzen: wat er gebeurt met het kleine meisje op de hotelkamer? Wat weten wij over hem, eigenlijk? 

Ik weet niet of hij op jonge meisjes valt. Hij heeft een keer seks met een vriendin van zijn dochter, maar dat betekent nog niet dat hij op jonge meisjes valt. Ik betwijfel of hij seks heeft met Kaisa, ik denk wel dat hij een emotionele band met haar heeft, maar dat laatste is niet ongebruikelijk en ook niet immoreel. 

In al uw boeken toont u sympathie voor mensen die erg foute dingen doen. Waarom? 

Als romanschrijver is het me te makkelijk om sympathie op te willen wekken voor mensen die alleen maar goede dingen doen. Nog afgezien van de vraag of de grenzen tussen het goede en het kwade altijd zo duidelijk zijn.

U heeft ergens geschreven dat beschaving ons aanzet tot wandaden.  Leg eens uit.

Wie te zeer overtuigd is van zijn eigen beschaving kan al te makkelijk onbeschaafd worden tegenover mensen die hij als barbaren beschouwt. 


 http://www.expontomagazine.nl/interview/item/1703-onbeschaafd-tegen-de-barbaren.html (gepubliceerd in ex Ponto Magazine, 19-09-2011)





Jouw openhartigheid zal overwinnen !


(Het interview met de schrijver van Het huis

van de moskee,
Kader Abdolah)





Kader Abdolah (Arak, 1954)kwam in 1988 als politiek vluchteling naar Nederland. Hij leerde zichzelf Nederlands en vijf jaar later debuteerde hij al met de literaire verhalenbundel De adelaars. Er volgden vele columns en romans, waarvan de bekendste, Het huis van de moskee, wordt verfilmd. Hij schreef het Boekenweekgeschenk De kraai, en in het hetzelfde week kwam zijn omvangrijke historische roman, De koning, er uit.

‘Ik wil de rivier van de oude Perzische poëzie in de zee van de Nederlandse literatuur laten vloeien,’ zei Hossein Sadjadi Ghaemaghami Farahani in 2000. Onder het pseudoniem Kader Abdolah schreef deze uit Iran gevluchte natuurkundige drie romans en een verhalenbundel in het Nederlands, de taal van het land waar hij sinds 1988 woont. Het vroege werk van Abdolah, die ook krantencolumns onder het pseudoniem Mirza schrijft, gaat over het leven in ballingschap: zijn debuut De adelaars (1993) beschrijft de ontheemding in asielzoekerscentra, terwijl De reis van de lege flessen vertelt over de vriendschap tussen een vluchteling en een autochtone outcast in een Hollandse nieuwbouwwijk. Met de autobiografische meesterproef Spijkerschrift (2000), over de relatie tussen een doofstomme vader en zijn opstandige zoon, bewees Abdolah dat poëtisch schrijven niet altijd een groot vocabulaire nodig heeft: ‘Ik heb mijn boeken met heel weinig woorden gemaakt.’ Zijn roman Het Huis van de moskee (2006) eindigde op de tweede plaats bij de verkiezing van de NS-publieksprijs 2006 en het werd gekozen tot de op een na beste Nederlandse roman aller tijden. In april 2008 verscheen zijn vrije vertaling van de Koran, in één cassette met een geromantiseerde biografie van de profeet Mohammed, De boodschapper.
   Zijn meest recente boeken zijn het historische roman De koning en het vluchtelingenverhaal De kraai.

Wij spreken met een van de meest vertaalde Nederlandse schrijvers over zijn ontmoeting met paus Benedictus XVI, het Boekenweekgeschenk,
zijn nieuwe titels,  de allochtonen en de “vastbewoners”

         Laten wij beginnen met jouw favoriete rol, namelijk die van bruggenbouwer: met het jouw tweedelig werk, “De Koran” en “De boodschapper” heb jij geprobeerd de westerse lezer wat dichterbij het leven van Profeet Mohamed en de inhoud van de Koran te brengen. Die boeken zijn in Bosnië met zeer positieve reacties ontvangen. Ben jij tevreden met de reacties in Nederland: van de lezers, media en de collega’s schrijvers?

       Kader Abdolah is een schrijver die bij nieuw Europa behoort. Het feit dat er alleen in Nederland meer dan 100.000 exemplaren van die titels verkocht zijn spreekt, denk ik, over het succes van De Koran en De boodschapper.
       Wat Bosnië en Herzegovina betreft, het succes van mijn boeken daar is voor mij echt van groot belang. Want, Bosnië is een nieuw gezicht, nieuw land, met de vreselijke oorlog achter de rug. Tijdens de tragische gebeurtenissen van de jaren negentig heb ik die ontwikkelingen op de voet gevolgd en de steun gegeven aan de onschuldige burgers, meeste slachtoffers van de oorlog in jouw land. Ik ben heel blij dat Het huis van de moskee en da andere boeken van mij daar goed ontvangen zijn.

 Eind vorig jaar had jij samen met Cees Noteboom de ontmoeting met paus Benedictus XVI. De bedoeling van dat gesprek was, in de woorden van de president van de Pauselijke Raad voor Cultuur, aartsbisschop Gianfranco Ravasi,  de "dialoog" en "om de ontstane kloof tussen de Kerk en de hedendaagse kunst te dichten." Wat kan jij ons zeggen over die ontmoeting?

 Het was voor mij echt een onvergetelijke ervaring. De eerste dag, op 20 november, kregen wij een rondleiding in de sectie Moderne Kunst van de Vaticaanse Musea, waarna de paus ons daags erna ontving  in de Sixtijnse Kapel. Daar houdt hij een toespraak over onder meer de betekenis van schoonheid volgens de katholieke leer. Onder de meer dan tweehonderd andere genodigden bevinden zich Andrea Bocelli, Ennio Morricone, Terrence Hill, Daniel Libeskind, Arvo Pärt en de Nederlander Caspar Berger.
Jij weet dat ik onlangs de Koran “herverteld”. In de toekomst wil ik graag ook de Bijbel op de gelijkbare manier nog eens hervertellen. Met die ontmoeting met de paus heb ik nog meer zin in dat boek gekregen.

   Jij hebt tijdens het Boekenweekgeschenk twee boeken tegelijkertijd  gepubliceerd, historische roman De koning en het vluchtelingenverhaal De kraai. Waar komen al die nieuwe ideeën en enorme productiviteit vandaan?

 Het is altijd zo geweest, de immigranten zijn productiever dan vastbewoners.
Ik was al met het schrijven van De koning bezig geweest toen me aangeboden werd om het Boekenweekgeschenk te gaan schrijven.
Eerst wilde ik nee zeggen, maar wat het leven je biedt, moet je meteen met beide handen vastpakken.
Ik heb het gedaan, en nu zie ik dat ik beloond ben door het leven. Want, De koning staat al een tijdje op de tweede plek van de bestsellerslijst. en hij trok Het huis van de moskee en Spijkerschrift ook omhoog, ze staan nu allemaal op de lijst.

  De koning gaat over de industriële revolutie en de roerige tijd dat Iran nog Perzië heette. Sjah Naser Eddi (1831-1896) is een merkwaardige, vreemde “vogel”: onzeker, teruggetrokken, ingehouden. Aanvankelijk totaal zonder oog voor de nieuwe ontwikkelingen, maar, indien nodig,  meedogenloos jegens tegenstanders en zelfs tegen zijn eigen volk. De koning heeft meer oog voor zijn harem, de kersentuin, de jacht en zijn rijkdommen dan voor de situatie waarin het volk en het land verkeren. De onwillige sjah probeert het verzet tevergeefs met geweld te onderdrukken. Hij doet mij af en toe denken aan de Libische leider Gadafi. Is deze sjah echt een ware historische figuur uit de Perzische geschiedenis of is hij misschien het symbool van alle corrupte heersers uit de geschiedenis van jouw land? Kan jij iets zegen over de verhouding tussen fictie en non-fictie in dit werk?

 Als je over die periode wilt lezen, moet je kilometers archieven behandelen, maar je hebt een roman nodig om het uit te leggen.
De koning is een historische roman, je kunt de feiten niet vermageren, of veranderen, of verbeteren, of dramatiseren …
De feiten zijn de feiten. In het kader van die belangrijke historische gebeurtenissen, heb ik een groot Perzisch tapijt geknoopt, waardoor je een bijzondere blik krijgt over de gebeurtenissen van die tijd. Daardoor zal je jouw eigen tijd beter begrijpen. De lezers zullen er van genieten, ik heb al de honderden bijzondere reacties gekregen over De koning.
Ik waardeer de mening van de recesenten, ze moeten er altijd iets van vinden, anders is het niet leuk. Maar de recessenten hebben er ook van genoten. De koning is een nodig boek, een spannend verhaal dat als je het gelezen hebt, je blik zal veranderen.


Sommige recensenten vinden De kraai beter dan De koning. In hun ogen is de grootste probleem van De koning, ik citeer: “…dat het conflict, de motor van iedere roman, niet werkelijk wordt gepersonifieerd. Het ancien regime wordt verbeeld in één persoon, maar de democratische tegenkrachten niet. De progressieve vizier wordt halverwege het boek vermoord door de sjah. Daarna treedt een groepje jongeren in zijn voetsporen. Dat wordt aangevoerd door Djamal Khan en Mirza Reza Kermani, de latere moordenaar van de sjah, maar beiden krijgen nooit een eigen gezicht. De strijd tussen dictatuur en democratie komt daarom niet tot leven.” Wat vind je van deze kritiek, kun je je hier enigszins in vinden?  

Daar heb ik mijn antwoord al op gegeven. Met De koning laat Kader Abdolah een andere kant van zijn pen aan zijn lezer zien. Spijkerschrift is mijn lievelingsboek; Het huis van de moskee is het lievelingsboek van de lezers; De koning is een historisch cadeau van Kader Abdolah aan zijn lezers. 

Je woont al lang in Nederland. Ga je ooit terug naar jouw geboorteland, naar Iran? Zijn je boeken trouwens al vertaald in het Farsi?  

Ik ga terug, dit is het einde van mijn reis. Mijn boeken zijn in vele talen vertaald, maar nog niet in het Perzisch. Er komt ongetwijfeld een tijd waarin mijn boeken ook in het Perzisch vertaald zullen worden. Het kan niet anders. Ik ga terug, ik zal zulke machtige boeken schrijven, dat niemand in Iran me durft tegen te houden. 






                              We leven in spannende tijden


                                            (een interview met Geert Mak)






Geert Mak
(Vlaardingen, 1946) is bekende Nederlandse journalist, publicist en historicus. Zijn bekendste boeken zijn Hoe God verdween uit Jorwerd, De eeuw van mijn vader, Een kleine geschiedenis van Amsterdam en natuurlijk In Europa: reizen door de twintigste eeuw. Het boek wordt een bestseller met meer dan een half miljoen verkochte exemplaren.Veel mensen kennen Geert Mak van de televisieserie In Europa, die werd gemaakt naar aanleiding van het gelijknamige boek. Het omvat een reisverslag voor het continent, vol historische elementen en gesprekken met -alweer- ooggetuigen.Mak is een fanatiek voorvechter van vrijheid, openheid en tolerantie. Zo schreef hij na de moord op Theo van Gogh twee pamfletten tegen 'de handelaren in angst'.

 Objavljeno na siteu ExPonto Magazine, 14.05.2012:

 http://www.expontomagazine.nl/home/buitenland/item/1838-we-leven-in-spannende-tijden.html






Ter gelegenheid van de vertaling In Europa in het Bosnisch is Geert Mak onlangs een paar dagen naar Sarajevo gereisd. Dit gesprek hebben wij gevoerd net voor zijn vertrek naar Bosnië en Herzegovina. Dat was voor de val van de Nederlandse regering. Enkele dagen later, op de boekenbeurs in Sarajevo, is onze vertaling (Maja Weikert, Goran Sarić) in concurrentie van meer dan 200 uitgeverijen uit Bosnië, Kroatië, Servië en Montenegro tot de vertaling van het jaar uitgeroepen.

   Uw boek is wereldwijd enorm succes geworden: verkocht in meer dan 500.000 exemplaren, vertaald in vele talen… Heeft het enorme succes van het boek ook een grote impact op uw leven gehad?

Eerst wil ik iets over Sarajevo zeggen. Er heeft onlangs een grote herdenking plaatsgevonden met 20 duizend rode stoelen – voor ieder burgerslachtoffer uit Sarajevo in de oorlog één stoel. Via mijn contacten weet ik vrij veel over de nieuwste ontwikkelingen in die regio. De laatste keer dat ik er ben geweest was vlak na de oorlog in 1999 en ik ben heel benieuwd hoe Sarajevo nu er uit ziet. Ik heb wel de indruk dat Sarajevo meer een eenzijdige stad is geworden. De kracht van steden zoals Sarajevo, Amsterdam of Istambul is altijd geweest dat zij gemengd zijn: de dynamiek die men krijgt op de plekken waar meerdere culturen met elkaar botsen en samenwerken. Dat heeft altijd iets heel bijzonders als resultaat. Ik begreep dat in het begin van oorlog veel Bosniaks, Serviërs en Kroaten samen gevochten hebben voor het behoud van dat unieke Sarajevo. Het was volgens mij dan ook geen toeval dat een van de eerste doelen van de Serviërs de Nationale bibliotheek in Sarajevo was. Het was één van de belangrijkste symbolen van het gezamenlijke verleden van Bosnië en Herzegovina. Ik vind het jammer, maar ik vrees dat op dit vlak de oorlog verloren is. Dat maakt mij droevig, want zo haal je het hart uit de stad. Ik ben echter nog steeds heel benieuwd naar de stad. Misschien klopt mijn vrees niet, wie weet?

Ik heb in Sarajevo gestudeerd en ik hou van de stad. Naar mijn ervaring is de stad zeker meer gesegregeerd, eenzijdiger, maar zij heeft nog niet alles van die dynamiek verloren. Er zijn nog steeds veel mensen die het beeld en gevoel van Sarajevo als een moderne, dynamische stad in hun hart dragen.

Uw vraag was wat het succes met mij gedaan heeft. Ik ben altijd de journalist gebleven. Alleen, na een dergelijk succes komen allerlei rare krachten op jou af. Je probeert gewoon normaal te blijven. Het is natuurlijk fantastisch, maar het is nooit mijn doel geweest beroemd te worden. Mijn uitgever was heel tevreden met het boek, maar wij dachten dat het – zo dik en omvangrijk – nooit vertaald zou worden. Zo zie je maar. Dit is geloof ik al de 20e vertaling van In Europa. De laatste is onlangs in Zuid Korea verschenen.

U schrijft gedetailleerd over de oorlog in ex-Joegoslavië. Hoe heeft u al die gegevens verzameld?

Er waren niet veel bronnen over die tijd, ik moest de kleine brokjes informatie bij elkaar sprokkelen. Mijn beste bron was een Servische jongen die vrij neutraal is gebleven. Hij is heel vaak in Bosnië geweest. Ik had ook heel veel contact met de bekende Servische regisseur Želimir Žilnik die altijd in de oppositie in Servië heeft gezeten. Ik moet zeggen dat ik ook in Bosnië een paar goede, verstandige mensen als bron van informatie heb gehad. Het was echt zoeken en tasten. Als ik nu opnieuw zou beginnen zou ik waarschijnlijk heel andere bronnen moeten vinden.

Uw boek gaat natuurlijk niet alleen over de Balkan. Voor mij zijn uw standpunten over het huidige Europa zeer interessant. Op een plek noemt u de EU “Europa van twee snelheden”. Wat bedoelt u hiermee?

Ons continent bestaat uit heel verschillende economieën. In de EU brengt jij zo een land als Roemenië samen met een land als, bijvoorbeeld, Duitsland. Vreemd genoeg dat proces van samen-brengen en dichter bi elkaar komen lijkt redelijk goed te gaan. In het begin was men meer gefocust aan mogelijke problemen tussen oost en west. Nu lijkt veel meer probleem dat wij heel veel verschillende culturen bij elkaar hebben samengebracht. Het heeft niet veel te maken of iemand katholiek, protestant of moslim is. Veel belangrijker is bijvoorbeeld de houding tegenover de staat. Daar hebben wij binnen de EU echt diepe verschillen. Er zijn serieuze voorstellen in Frankrijk voor de pensioen met de 60e, terwijl wij hier zonder veel mopperen werken tot de 67e accepteren. Die verschillen komen vooraal nu in de tijden van financiële crisis sterk boven water.

Wat vindt u van de huidige economische crisis in Europa?

Op dit moment proberen de noordelijke staten, met Duitsland, Nederland en Finland voorop, aan het zuiden iets op te leggen wat volgens mij zeker niet de absolute waarheid is. Weet u, legioenen economen zeggen dat in tijden van economische crisis (kapot)bezuinigen helemaal niet verstandig is. In sommige Europese landen wordt het als het 11e  God’s gebod beschouwd. Daar geloof ik dus niet in. Bovendien is die manier van je wil doordrukken niet democratisch. Mede daardoor zit Europa op dit moment in een hele gevaarlijke fase van de eigen ontwikkeling.

U trekt de parallel met de sfeer in Europa nu en die van net voor de Eerste Wereld Oorlog.

Inderdaad. Toen de aanslag op Franz Ferdinand in 1914 in Sarajevo plaatsvond, kon niemand voorzien dat het zulke grote gevolgen zou hebben. Nu, in tijden van economische crisis, gedragen veel mensen zich alsof er niets aan de hand is. Het diepere parallel is dat, als je de Europese eenwording loslaat, je gevaar loopt terug te vallen op het Europa zoals het voor 1914 bestond: een vrij chaotische ordening van allerlei risico’s voor nieuwe conflicten. Europa heeft moed nodig om naar nieuwe oplossingen voor de economische crisis te gaan zoeken, en niet alleen de “mantra’s” over het grote bezuinigen te herhalen. Europa moet durven zoeken. De Duitsers hebben de neiging om zich alleen vast te bijten in de oude economische “recepten” tegen de crisis.

Wat is de rol van Nederland daarin?

Nederland kan een mooie brug slaan tussen veel verschillende landen. Dat hebben wij in de geschiedenis al vaker gedaan, daar zijn wij goed in. De huidige Nederlandse regering is helaas erg met zichzelf bezig. Dat is de tragiek van het huidige Nederland. Nederland gedraagt zich alsof zij een klein Zwitsers bergdorp is. Wij zijn nu “goed bezig” om veel kansen te verprutsen. Tot voor kort beschouwden wij een staatstekort van 3 procent als de heilige norm. Nu zitten wij zelf in de puree met 4,5 procent! Wat nu?

Ik denk dat veel mensen in ex-Joegoslavië een fase hebben gehad dat zij niet trots waren op hun eigen land. Nu zitten wij in Nederland, wat mij betreft, in een dergelijke fase. Natuurlijk heeft Nederland niet de Balkan mentaliteit. Er zijn veel verschillen tussen de omstandigheden in onze landen, maar de situatie hier is zeer zorgwekkend.

Uw nieuwe boek gaat over Amerika, de VS. Kunt u hierover iets meer vertellen?

Dat is opnieuw een groot project. Het boek zal ongeveer 800 bladzijden beslaan. Ik heb de weg die John Steinbeck maakte in 1960 gevolgd. Ik kijk naar het huidige Amerika met zijn ogen, maar ook met Europese ogen. Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen met die tijd. Kunnen wij op basis daarvan iets meer weten over de toekomst van Amerika en van ons allemaal? Er is een interessant voorbeeld. In Europa zijn wij al langzamerhand gewend geraakt dat er mindere tijden komen. Voor een doorsnee Amerikaan is dat ondenkbaar. Zij zijn namelijk het land van de “eeuwige vooruitgang”! Maar, met de komst van de nieuwe wereldmachten, China, India enz. zitten zij nu ook in een lastig parket. Dat is een hele fundamentele geloofbreuk. Een groot deel van de Amerikanen gaat hier nuchter mee om. Maar de andere helft vervalt bijna in de magie: “God heeft ons verlaten! Wij moeten nog strenger in Hem geloven!” Laten we het zo zeggen: Amerika kan als kat in het nauw rare sprongen maken.
Nog een fundamentele verandering is dat Europa steeds meer de nieuwe partners opzoekt. Amerika blijf voor ons de leuke, oude oom, maar onze belangen gaan steeds meer naar China, India, Japan enzovoort. Amerika is nu maar één van de machtigste landen in wereld, niet de enige.

Wij leven dus in historisch heel interessante tijden?

Fijn dat u dat zegt. In China bestaat een vloek die luidt: “Ik wens je een leven in interessante, spannende tijden!”

Bij ons in Bosnië zegt men: ik wens je journalisten van het CNN thuis! Zij komen namelijk bijna altijd gepaard met grote ellende.

Prachtig. Dat wist ik niet. Ziet u nu zelf niet hoe klein de wereld eigenlijk is?!

Wat is volgens u de toekomst van de landen die zijn voortgekomen uit ex-Joegoslavië?

Kroatië staat voor de deur van de EU, maar Servië, Montenegro en Bosnië  bevinden zich ook in het hart van Europa. Het zou buitengewoon onlogisch zijn als zij in welke vorm dan ook geen deel van de EU zouden worden. De EU is en blijft de garantie voor een sterker, beter Europa. Al deze landen horen er ongetwijfeld ook bij. Dat kan vanwege de crisis nog even duren, maar het kan niet anders dat ze erbij zullen komen.





Kroaten zijn ook mensen, niet waar?




In het najaar van 1993 was Goran Sarić als lid van het plaatselijke Rode Kruis aanwezig bij de onderhandelingen tussen het Servische en het Bosnische leger en hulporganisaties. Radovan Karadžić noemde Serviërs als hem de “Serviërs uit wolkenkrabbers”.



De onderhandelingen vonden plaats nabij mijn geboortestad Konjic in Noord-Herzegovina. Als Serviër én lid van de Bosnische delegatie – een “verrader” dus! – was ik voortdurend het mikpunt van provocaties van de commandant van de plaatselijke Servische eenheid. Zijn grote baas Radovan Karadžić noemde ons, de Serviërs die er bewust voor kozen thuis te blijven bij onze buren en onze vrienden, eens ironisch en vol minachting “Serviërs uit wolkenkrabbers”. Hij bedoelde daarmee dat wij geen “echte, pure” Serviërs waren.

“Jullie, de Serviërs, moeten zo snel mogelijk de stad uit. We willen haar volledig vernietigen,” fluisterde de commandant op een gegeven moment zacht in mijn oor, zodat de andere leden van mijn onderhandelingsteam het niet konden horen.


“Niet iedereen wil de stad verlaten”, antwoordde ik hem. “Bovendien is het heel gevaarlijk. De stad is hermetisch afgesloten. Gister nog zijn een man, zijn vrouw en hun kind omgekomen in de mijnenvelden toen ze probeerden te vluchten.”


“Dat weet ik,” zei de militair kalm. “Maar dat waren toch maar Kroaten.”

Op dat moment had ik al veel gezien en gehoord. Maar die eenvoudige, wrede, korte zin overtrof alles wat ik tot dat moment had meegemaakt. Dat was precies de essentie van het plan; dat was het doel dat Karadžić en Ratko Mladić, met steun van Belgrado, nog vóór de oorlog in Bosnië hadden vastgesteld: het vernietigen en verjagen van alles wat niet Servisch is. Geen genade!

Ik weet verdomde goed dat de andere partijen in het conflict ook slechte dingen hebben gedaan en misdaden hebben begaan. Maar door dat idee van Mladić en Karadžić over “etnisch zuivere” gebieden in wording ben ik gebleven, in mijn huis, in mijn stad en op mijn werkplek. De beroemde Bosnische dichter Marko Vešović zei het ooit zo voortreffelijk: “Ik blijf liever doodziek met mijn vriend in de kelder schuilen tot de oorlog voorbij is, dan dat ik de berg op ga om mijn stad met kanonnen te beschieten.”

Ieder van ons heeft de televisiebeelden van Mladić’s verovering van Srebrenica gezien, en ook, later, zijn gesprek met de Nederlandse luitenant-kolonel Thom Karremans. Tijdens dat gesprek noemde Mladić de Bosnische moslims consequent en zonder enige twijfel “de Turken”. Hij doelde daarmee op de eeuwenlange Turks-Ottomaanse bezetting van Bosnië en Herzegovina, en de verovering van Srebrenica was zijn wraak. Dat zegt mij heel veel over de man: hij leeft nog steeds in een ver verleden en barst haast uit elkaar van onbeheersbare, negatieve emoties: haat, wraak en de neiging tot geweld, en dat waren ook waarschijnlijk zijn motieven geweest om het bevel te geven tot die verschrikkelijke misdaad: het koelbloedig vermoorden van meer dan 8000 mensen.

Hij wist lang aan gerechtigheid te ontkomen, maar nu zit hij dan eindelijk achter de tralies. Dat is goed – zoals men in Bosnië en Herzegovina zegt: beter ooit dan nooit. Wat mij persoonlijk echter veel zorgen baart is dat veel Serviërs nog steeds achter hem staan. Dat bewijzen de recente demonstraties in Belgrado, Novi Sad en elders in Servië, maar ook in het zogenaamd “Servische deel” van Bosnië en Herzegovina. Nog gevaarlijker zijn uitlatingen van invloedrijke Servische politici in beide landen, die al dan niet openlijk betreuren dat hij opgepakt is. Zo vergelijkt de leider van de Bosnische Serviërs, de extreem-nationalist Milorad Dodig, de arrestatie op een absurde, zinloze en bijzonder grove manier met Srebrenica.

Dat soort dingen hoor je trouwens niet alleen in Servië. Een paar weken geleden klaagde Kroatië bij monde van premier Jadranka Kosor over “te hoge straffen” voor Kroatische generaals voor de door hen begane misdaden in de provincie Krajina. Dat alles zegt me dat velen in voormalig Joegoslavië spijtig genoeg nog niet klaar zijn voor de confrontatie met het recente oorlogsverleden. Ze zijn blijkbaar nog steeds niet bereid om in de spiegel te kijken.

Zelf heb ik in de afgelopen jaren in het Servische gedeelte van Bosnië de t-shirts met Mladić’s  “trotse” kop gezien: “de grote commandant”, “de leider voor de eeuwigheid”. En afgelopen zomer zag ik aan Kroatische kust ongeveer hetzelfde: enorme billboards met generaal Gotovina die in Den haag is berecht – trots, resoluut, in vol ornaat, met daarop de korte, maar overduidelijke boodschap: “Held, géén misdadiger!”

Eén ding is duidelijk: de steun voor zulke duistere, uiterst omstreden figuren maakt het verzoenings- en normalisatieproces in mijn geboorteland moeizaam en traag. Bovendien doet het natuurlijk de slachtoffers en hun nabestaanden heel veel pijn.

Ik ben in ieder geval blij dat Ratko Mladić achter de tralies zit, al dan niet ziek of dement.


Want Kroaten en Bosniërs zijn ook mensen, niet waar?
    Gepubliceerd op de site van Ex Ponto Magazine, Amsterdam, 12 juni 2011 13:30    http://expontomagazine.nl/rubrieken/columns/1745-kroaten-zijn-ook-mensen-niet-waar  




Een aanval op de literaire vrijheid
 

(
Een rel in Bosnië-Herzegovina rond De Boodschapper van Kader

Abdollah
)



Ongeveer een jaar geleden voerde ik een kleine polemiek met de leden van een Bosnische vereniging hier in Nederland. Zij deden toen via e-mail een oproep voor de hulp bij de bouw van een heilig huis in een Nederlandse plaats van hun Servisch-Orthodoxe denominatie.

 Voor de gelovigen uit mijn geboorteland was dat een goed initiatief, dacht ik meteen. Maar ik vond het vreemd dat de schrijvers de e-mail met een religieuze groet eindigden omdat ik op de lange lijst van e-mailadressen ook veel namen zag waarvan ik wist dat ze geen aanhanger van de betreffende religie waren, zoals ikzelf: ik ben een Bosnische Serviër van afkomst, maar ben ik om die reden ook vanzelfsprekend Servisch-Orthodox, terwijl ik als atheïst maar sporadisch, als toerist, naar een kerk of een moskee ga? En er zijn meer zoals ik.

 In mijn korte antwoord aan de schrijvers merkte ik dit voorzichtig op; ik wilde beslist niet dat ze zouden denken dat ik tegen die actie was. Tot mijn stomme verbazing kreeg ik echter binnen enkele dagen tientallen boze reacties van mijn ex-landgenoten, mensen die net als ik tijdens de oorlog in het voormalig Joegoslavië hiernaartoe zijn gevlucht. Ze voelden zich zeer gekwetst door mijn opmerking. Ik werd bestempeld als ‘provocateur’, ‘oude communist’, zelfs als ‘atheïstische vijand’ van hun religie! Anderzijds stonden zonder dat ik daarom had gevraagd enkele mij onbekende mensen op die mij verdedigden, leden van dezelfde religieuze gemeenschap die ik met mijn opmerking zou hebben aangevallen. Dat laatste maakte me blij: het gaf me het gevoel dat ik niet alleen stond en dat ik niets, maar dan ook helemaal niets verkeerd had gedaan.

 Dit voorval schoot mij deze dagen te binnen toen ik dacht aan de recente aanvallen op de roman De Boodschapper van Kader Abdolah in Bosnië-Herzegovina. De roman werd anderhalf jaar geleden door mij vertaald en gepubliceerd. Aanvankelijk waren er bijna geen reacties op die mooie uitgave van de uitgever Buybook uit Sarajevo. Het leek toen of de critici door het gevoelige thema – het leven van de profeet Mohamed bang waren om over dit prachtige, in Nederland en internationaal zo goed ontvangen roman te schrijven. En dat terwijl de auteur in het korte woord vooraf expliciet zegt dat zijn werk fictie betreft en dat het geen historische document is.

 Enfin, de bedoeling van de roman, samen met Kader’s 'vertelling’ van een gedeelte uit de Koran, was juist die belangrijke onderdelen van de islamitische religie- en cultuurgeschiedenis dichterbij de Westerse lezer  te brengen, de steeds grotere kloof tussen de twee 'werelden’ te proberen wat kleiner te maken. Kader Abdolah doet dat sowieso al jaren met zijn prachtige romans zoals De reis van de lege flessen,  Spijkerschrift en Het huis van moskee. De Boodschapper is inmiddels een internationaal succes geworden en in vele talen vertaald. Enkele weken terug kreeg ik van uitgeverij Buybook echter te horen dat de auteur en zijn roman in Sarajevo het doelwit van vele ‘boze lezers’ zijn geworden. Dat hij, net als ik na die opmerking over de ongepaste religieuze groet, van alles naar zijn hoofd geslingerd krijgt. De aanleiding voor deze frontale aanval op de literaire vrijheid was een zeer tendentieuze recensie in een islamitische krant uit Sarajevo, Preporod (De Herleving). Daar schrijft een nogal onbekende criticus op een ongekend scherpe en ongegronde manier over het werk van Kader Abdolah. Zijn ‘argumentatie’ in die tekst is bij vlagen zo ongegrond en slecht beargumenteerd dat ik mij afvraag of de man De Boodschapper überhaupt wel gelezen heeft. Wat nog erger dan de tekst zelf is: hij eindigt zijn tekst met de oproep aan de gelovigen om de roman totaal te negeren en via e-mails druk op de uitgeverij uit te oefenen om hem uit de boekhandel terug te halen! En dat hebben zijn lezers dus gedaan. ‘Keurig.’ Massaal. 

   Uit de mails die ik via de uitgeverij in handen gekregen heb, kan ik met zekerheid concluderen dat veel van de correspondenten de roman van Kader niet gelezen hebben. Mensen die zo slecht schrijven, lezen toch geen literatuur, mag ik toch aannemen. Zo veel taal- en schrijffouten, zo’n slechte stijl, zelfs krant is voor hen te veel! Ik denk daarom dat ze ook die recensie niet gelezen hebben. Heeft iemand het hen misschien ingefluisterd? Aan de e-mailadressen zie ik dat de ‘lezers' meestal in het buitenland wonen, in de Bosnische diaspora dus. Zijn dat misschien dezelfde mensen die zich toen door mij aangevallen voelden? Ook de mensen van Buybook  hebben onlangs dreigbrieven gekregen. Met de meest serieuze ervan als schriftelijk bewijs in de hand heeft de redacteur van Buybook aangifte gedaan bij de plaatselijke politie.  Als vertaler van De Boodschapper en ander ’werk van Kader kan ik alleen zeggen dat ik de roman prachtig vind, omdat de Boodschapper, de profeet Mohammed, erin als mens van bloed en vlees wordt neergezet: een grote historische figuur en leider, maar toch ook een mens; minnaar en krijgsheer; politicus en heerser; winnaar en soms – waarom niet – twijfelaar. Iemand die, net als ieder ander, in zijn leven meevallers en tegenslagen kende. Dat vind ik nu juist de meest indrukwekkende kant van de roman.

 En dat wilde ik graag even zeggen, als vertaler en liefhebber van Kaders werk. Zodat iedereen, en vooral de schrijver zelf, weet dat hij niet alleen staat. Net zoals ik niet alleen was toen ik voor een kleine, onschuldige opmerking over een misplaatste religieuze groet hard werd aangevallen. Want als bruggenbouwer en uitstekend schrijver kan Kader Abdolah nooit een “verrader” zijn, of de vijand van welke religie dan ook.

 http://www.expontomagazine.nl/interview/item/1814-aanval-op-de-literaire-vrijheid.html

 ExPonto Magazine, 23.12.2011.

 


  
 
 

 

    



broj pregleda 705

   





- De interviews met Arnon Grunberg, Kader Abdolah, Geert Mak...

- De columns